
Midden in de Vennen hield een reiger zich staande. Bijna geen natte voeten, één poot ingetrokken, starend over het water. Hoeveel uren hij daar stond? Ik weet het niet. Hij liet zich niet van de wijs brengen. Was hij iets kwijt? Of was hij juist iets aan het zoeken? Vanuit de verte vroeg ik het mij af. Daar stond hij, op zijn kleine eilandje van zand, alsof hij koning was op een eigen stukje wereld. Een hoopje zand, omringd door water, tussen het gesnater van eenden. Hij viel mij op. Een flinke reiger, die zich niet liet verjagen. Hij had zelf gekozen voor deze modderige plek. Op veilige afstand van de wandelende mensen vond hij rust. Of misschien hield hij alles scherp in de gaten? Een tactische plek, half in de modder, maar met overzicht. Deze reiger leek in elk geval het nut ervan in te zien om daar zijn middag door te brengen. Zou hij zich daar alleen voelen? Zo helemaal in zijn eentje? Of was het juist de plek waar hij zichzelf kon tegenkomen? Toch vloog hij op, op een bepaald moment, naar ergens anders. En toen bleef ik achter met een gewetensvraagje: Als jij op weg zou gaan naar een onbewoond eiland en je mocht maar drie dingen meenemen… Wat zou jij kiezen?
Groet Plantster
Een goed boek
LikeGeliked door 1 persoon
De reiger is voor mij de landheer van de stilte en wat ik mee zou nemen naar een onbewoonbaar eiland? tja een kist met boeken ,schrijfpapier en toe behoren denk ik tja….
LikeGeliked door 1 persoon