
Gemoedsstemmingen
van het ene moment
naar het andere.
Als je iets meemaakt,
’t van binnen raakt,
waaraan je weinig
of niets
kunt veranderen.
Je probeert
ernaar te handelen,
te uiten,
te praten,
te luisteren.
Als blijheid
onverwacht,
abrupt,
zich omzet,
verandert,
of omslaat,
doet het zeer.
Er ís verandering.
Alles staat op tilt.
’t Zal niet
meer ’t zelfde zijn.
Blijheid en verdriet
liggen naast elkaar.
Al weet je
je bijna geen raad
met emoties
Je probeert
ermee te dealen:
het wel
of niet aannemen,
het accepteren,
het aanvaarden.
Geen andere keuze.
Geen raad.
Niet weten
wat ermee te doen.
Het doet pijn.
je komt er niet onderuit
Toch
iets ervan maken.
Een zucht
slakend
Een traantje
wegpinken.
Een zakdoek
schrale troost.
Ogen tranend,
een regenbui
van verdriet.
’t Verwerken.
of rouwen
te plaatsen.
Een plek
‘moeten’ geven.
Het kan niet anders.
’t Laten zakken.
Laten betijen.
Goed gemoed…
gij moet verder.
Het leven gaat door.
Je ‘moet’
als ware
verder.
Er iets van maken,
wat ervan te maken valt.
Een gemoed,
een gemoedsstemming,
op de proef gesteld.
Je weet niet
wat men goed eraan doet.
Wie zwijgt,
stemt toe.
Wie stemt,
doet eraan toe.
Maar als je niet weet hoe
“Zwijgen en denken
kan niemand krenken.”
In aanwezigheid
van betekenis zijn.
Groet Plantster