
Met hier en daar
plukken wol,
aan boom of struik gehangen…
Het was de schapenscheerder
die hen daarvan bevrijdde.
Zo raken zij niet langer gevangen,
gelukkig maar,
los op de heide.
Het ziet er bevrijdend uit:
ongeschoren vacht, zo zacht;
geschoren huid,
zacht en glad.
Van hun wol af…
Zij hebben het wel gehad,
hun wol lang genoeg gedragen,
er meer dan genoeg van.
Goed te verdragen,
kaal geschoren,
want het is warm genoeg.
Het scheelt een wollen jas.
Ze worden te grazen genomen,
telkens weer geschoren,
maar toch blijft er rust bewaard.
Schapen stralen rust uit,
ook zonder hun winterjas.
Ze lijken er telkens weer
van te bekomen
en van hun wol af te komen.
Groet Plantster