Vanmorgen zag ik ze voor het eerst dit jaar: sneeuwklokjes. Ze stonden er al, klein en vanzelfsprekend, alsof ik degene was die te laat kwam. Tussen grauw gras en natte aarde bogen zij hun witte hoofdjes. Aan hun randen hingen regendruppels, als glazen kralen. De kleine klokjes luiden niet luid, maar het was mij duidelijk. Die druppels verraadden het weer: geen belofte van lentezon, maar een lucht die nog laag hing.