
Er gaat (g)een dag voorbij. Het ligt aan de dag, ook aan het moment, met een kijkje naar boven, waar ik iets uit haal. Je haalt er iets uit, dag in, dag uit, al heb je er geen erg in. Je bent ermee begaan: met de zon, de maan, de sterren als vrienden, wetend dat ze er zijn, ook al zie je ze niet altijd, elk met hun eigen betekenis. Is het een onbewolkte dag, met de lucht strakblauw? Of juist een donkere, een bewolkte, dreigende lucht, met wolkenkoppen die iets lijken voor te stellen? Als de lucht verandert, is het meestal wat telt, zoals een donkere lucht ook iets voorspelt.
Telkens bijzonder, noem het een wonder. Je kunt de regen wensen of de zon aanbidden. Je mag het willen of liever niet. Maar je krijgt het cadeau: de zon die schijnt of regen die met bakken valt. In welke mate, in welke vorm, of wat er nog meer uit de hemel valt, het is telkens verrassend hoe de lucht zich uitstalt. Zoals na regen de zon weer schijnt, zelfs wanneer zij uit het zicht is, achter de coulissen, achter de wolken, blijft zij daar schijnen, zoals op een foto: een waar luchtdecor. Groet Plantster